De Zetsels

Sinds het verdwijnen van de naamvallen in het Nederlands, nu toch al enkele eeuwen geleden, rukken de voor- en achterzetsels op in ons taalgebruik.

Met een natte vinger durf ik zeggen dat in zowat elke zin wel gemiddeld één voorzetsel voorkomt. Niet slecht voor zo een relatief jonge woordklasse. Een beetje extra spotlicht is dan ook niet misplaatst. De groep van de zetsels is immers behoorlijk interessant.
Op de eerste plaats is er het onderscheid tussen voor- en achterzetsels. De terminologie voor dat onderscheid verschilt van boek tot boek. De Algemene Nederlandse Spraakkunst bijvoorbeeld heeft het over de groep van de voorzetsels, die bestaat uit de voorzetsels en de achtergeplaatste voorzetsels.
Ik stond er eerst niet bij stil dat je sommige voorzetsels ook achterop kon plaatsen. Zo heb je “Pietje drinkt op de goede afloop”, maar ook “Pietje drinkt het bier op”. Waarschijnlijk heeft het eerste zinnetje wel het tweede zinnetje als gevolg. Tussen voorzetsels en achterzetsels bestaat er een zeker verschil, dat soms moeilijk te begrijpen is. Wat is immers precies het verschil tussen “hij liep door de tuin” en “hij liep de tuin door”?
Daarnaast moet je ook goed opletten met de achterzetsels. Het kan zijn dat je helemaal niet te maken hebt met een achterzetsel. Kijk eens naar Papa rijdt de garage in (bij papa rijdt in de garage heeft papa wel een heel grote garage) en Papa rijdt de auto in (het fenomeen dat papa’s de eerste 1000 kilometer rustig moeten rijden om de wagen wat te laten wennen)? In het tweede zinnetje hebben we niet te maken met een achterzetsel, maar met een afgescheiden deel van het werkwoord.
Ook de voorzetsels leveren stof voor discussie. Ten eerste vormen ze geen gesloten woordklasse, zoals vaak wordt gezegd. Het is dan wel niet zo dat je vlotjes voorzetsels kan nieuwvormen, maar het gebeurt dat af en toe een naamwoord conversie tot voorzetsel ondergaat.
Even rondneuzen op het internet bracht me bij de voorzetselflora, geschreven door Nard Loonen, maar gepresenteerd op de website van Marc van Oostendorp (http://www.vanoostendorp.nl/linguist/proefschrift/loonen.html). De voorzetselflora – een reeks van vraagjes, in de vorm van een determinatietabel, als dat nog iemand iets zegt? – kan je vertellen of een bepaald woord als voorzetsel gebruikt kan worden. Het blijkt dat er een hele bende woorden is die als voorzetsel gebruikt worden: richting, randje, etc. Het volgende zinnetje is daarbij een mooie illustratie: Van Brockhorst ontving de bal ‘punt’ zestienmetergebied, en schoot hem ineens ‘buitenkantje’ rechts ‘binnenkant’ paal en ‘onderkant’ lat in het doel. (uit: Loonen, 2003; zie referentie op de website van Oostendorp).
Een tweede discussiegrond vormt het regionale verschil in de voorzetsels. Iedereen die al eens een vreemde taal heeft moeten leren weet hoe moeilijk de voorzetsels zijn. Ook binnen ons taalgebied vind je voorzetselverschillen. Schrik niet als een Limburger in de aula vraagt om langs je te mogen zitten. Schrik ook niet van een West/Oost-Vlaming die af z’n stoel valt.
En dan is er nog geen woord gezegd over de rondzetsels als naar de mensen toe.

4 gedachtes over “De Zetsels

  1. Mij trof ook onlangs nog de ‘postpositie’ van voorzetsels (of dus achterzetsels ?). Is die vrij, toegestaan ? Ik vind geen echte regels. Zou dat zeer oud zijn ? Ik herinner mij een fael/gedicht : ‘Dus werd ie van de bene zonder’, maar dat lijkt mij achteraf geen goed voorbeeld. ‘Zonder’ was ooit iets anders dan een vz., denk ik (en is nog altijd een bijzonder vz. …

    Maar mag ik even misbruik maken van deze site om hulp te vragen over woorden als ‘hongersnood’, ‘watersnood’, ‘doodsnood’ ?
    Daar lijkt ‘nood’ heelmaal geen ‘nood’ te betekenen (eerder overvloed aan (honger, dood, water). Maar hoe kan dat ? Is die ‘s’ een tussenvoegsel ? Of bestond er ooit ‘snood’ naast ‘nood’ ? Het verband met ‘nood’ lijkt mij te gek maar… Of: wie verwijst mij naar een froum waar je die vragen kan stellen ?

    Thanks,
    JanG

  2. @JanG: in ‘hongersnood’ en ‘watersnood’ is geen sprake van “nood aan iets” maar wel van “nood vanwege iets”. Volgens Schönfeld is het vroeger ‘hongernoot’ geweest. Die extra -s is om onduidelijke redenen ingevoegd.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s