Buurtsuper

Taalkoespotters spotten ook wel eens woorden die wij als neologismen ervaren en vandaag is dat het misschien toch niet zo geweldige buurtsuper. In het kader van de dag van de klant kreeg ik vandaag bij het winkelen bij onze Delhaize een tijdschriftje cadeau waar het woord buurtsuper irritant vaak aanwezig was. Daar ben ik toch eerst over gestruikeld. Een superbuurt, dat spreekt voor zich, maar een buurtsuper? Toch een beetje een rare afkorting voor buurtsupermarkt, dat op zich al een raar woord is. De meeste supermarkten bevinden zich toch altijd bij iemand in de buurt? Dan zeg ik liever Bij ons in den Delhaize.

(Trouwens, deze samenstelling zal wel vooral raar klinken omdat het lijkt dat een substantief hier een adjectief bepaalt, wat toch vrij zeldzaam is.)

Maar goed, wie ben ik om de opmars van zo’n neologisme tegen te houden, dacht ik in al mijn bescheidenheid, het woord ondertussen in Google intikkend. En wat blijkt, buurtsuper krijgt massaal veel hits, vooral op Nederlandse pagina’s.

Dus vraag ik me af: kunnen onze Noorderburen ook super als zelfstandig naamwoord gebruiken in de betekenis van supermarkt? Want dat zou dan wel weer een interessante evolutie zijn.

16 gedachtes over “Buurtsuper

  1. Maar bij het versterkende voorvoegsel ‘super’ (of ‘hyper’) is dit toch niet zo ongewoon? ‘Ik vind dit super’, en ‘Hij is vandaag een beetje hyper’, dat klinkt mij heel normaal in de oren. Of is dat ook in België ongebruikelijk? Het zou dan hier alleen opmerkelijk zijn dat ‘super’ in ‘supermarkt’ eigenlijk niet meer een versterkend voorvoegsel is, en dat het als zelfstandig naamwoord wordt gebruikt.

    Ik hoor ook wel eens ‘Zij is vandaag een beetje emo’, maar dat lijkt me dan weer een voorbeeld van wat Matthias Hüning ooit heeft beschreven als ‘woordsplinters’ (zie zijn artikelen over ‘Monicagate’ in Nederlandse Taalkunde en ‘Culibeet’ in Onze Taal: http://userpage.fu-berlin.de/~mhuening/publikationen.shtml
    Misschien is het bij nader inzien wel dit verschijnsel: eerst heb je het voorvoegsel ‘super-‘ bij ‘markt’. Dat ontwikkelt zich tot een woord dat we als morfologisch ongeleed ervaren, en vervolgens splitst ‘super’ zich weer af als woordsplinter zoals Hüning dat beschrijft. Inderdaad een mooie taalkoe!

  2. @estherdesoomer: als je ‘superleuk’ afkort tot ‘super’ is ‘super’ een adjectief omdat ‘superleuk’ een adjectief is, zou ik denken. Hier heb je ‘supermarkt’, dat een zelfstandig naamwoord is. Als je dat afkort tot ‘super’ is ‘super’ een zelfstandig naamwoord. Die afkorting zelf is dan blijkbaar niet bijzonder, het is het resultaat, dat ‘super’ ineens een zelfstandig naamwoord is en geen adjectief.

  3. super lijkt me van het latijn te komen en daar is het een voorzetsel of een bijwoord. Als bijwoord betekent het in het engels “beyond”. Ik zou dat als een argument voor “eerst als bijwoord, dan als substantief” durven zien. Is er een etymologiespecialist in de zaal?

    Nog een bedenking de “emo” opmerking. Het lijkt me moeilijk om af te kappen na een medeklinker. Het enige tegenvoorbeeld dat ik kan bedenken is “de fak” voor fakbar. Daarnaast zijn de woordjes op “o” ook wel frequent: emo, choco, typo, macho, … (Bij de Duitse omgangstaal lijkt mij dat eerder een “i” te zijn.)

  4. Maarten van Nierop had het in een reeks columns in De Standaard en op de (toen nog) BRT in het begin van de jaren zestig al over het productieve achtervoegsel ‘-ette’. De stukjes zijn opgenomen in zijn boek(je) ‘Woordjes sprokkelen uit de taaltuin’ van 1964. Altijd leuk, die oude boeken over taal, zie je meteen welke woorden er intussen in de kreukels van de geschiedenis gevallen zijn en welke nu zo gewoon geworden zijn dat ze geen verbazing meer opwekken.

    Als voorbeelden haalt hij aan: het intussen ingeburgerde ‘wasserette’, het met moeite overlevende, pseudo-Franse ‘modinette’ (naaister), het bizarre ‘kamgarette’ (jurkje uit kamgaren, ‘lederette’ (leren jasje voor meisjes), ‘koffienette’ (koffiejuffrouw) en ‘autosuperette’ (grote kruidenierswinkel met zelfbediening). Die laatste vier zijn volgens Google intussen uitgestorven. ‘Superette’ is in Vlaanderen de gebruikelijke benaming geworden, wellicht ook vanwege de nabijheid van het Frans – ook in Parijs heten die kruisingen tussen een kruidenier en een supermarkt ‘superettes’, herinner ik me -, in Nederland is superette zeldzaam en heten die dingen ‘buurtsupers’.

    Die nieuwvormingen op ‘-aria’ en ‘-erie’ zijn inderdaad ook grappig. De bekendste zal wel ‘croissanterie’ zijn, veel en veel populairder in België en Nederland dan in Frankrijk (daar alleen als naam voor een broodjeszaak bekend, volgens mij, niet als generieke benaming). Met ‘broderie’ voor ‘bakkerij’ heb ik ook hartelijk moeten lachen, ook vanwege de mogelijke verwarring met ‘borduurwerk’ en ‘borduurwinkel’. Volgens mij kwam ik die voor het eerst tegen in een strip van Gerrit de Jager, over de familie Doorzon. Die gingen op zaterdag in het koopcentrum ook altijd inkopen doen in een aantal ‘-erieën’. De grappigste vond ik de videoterie, ook wel eens ‘vidioterie’ gespeld🙂.

    Vond (en vind) ik strips met aandacht voor nieuwe taalontwikkelingen, die strips van Gerrit de Jager. Zo herinner ik me een strip over ‘voordeurdelers’, die me niet alleen liet kennismaken met het woord zelf, maar meteen ook duidelijk maakte dat het om een eufemistische benaming ging vanwege de overheid, en dat de enige bedoeling ervan was meer belastingen te kunnen innen. En dat in een gag van één bladzijde, faut le faire!

    Leuke website, trouwens: http://www.doorzon.nl

  5. @ Dirk G.: richt je je (of: u zich, wat je/u verkiest) tot iemand in het bijzonder of tot iedereen die hier wat post? Dat is niet erg duidelijk.

    En voor de rest: hoezo ‘wetenschappelijk verantwoord’, hoezo ‘wezenlijk bijdragen aan taalkundige kwesties’?
    De initiatiefnemers van Taalkoeien hebben een aparte webpagina aangemaakt met informatie over dit weblog. Misschien heb je die gemist: https://taalkoeien.wordpress.com/taalblog/

    Een paar citaten:
    “Taalkoeien zijn pure verwondering.”
    “Taalkoeien hebben dus helemaal niet de bedoeling om iets af te keuren. In principe kan op dit taalblog alles.”

    Geen spoor van ‘wetenschappelijk verantwoord’ of ‘wezenlijk bijdragen aan taalkundige kwesties’, hoor.

  6. Ik vind dit anders allemaal uitermate wetenschappelijk verantwoord. Volgens mij begint alle wetenschap met verwondering. En wie zou durven beweren dat wetenschap niet “tof” is? Juist de wetenschappers zelf zijn degenen die hierdoor gegrepen worden.

  7. Ik denk dat je achter ‘Dirk G.’ niets meer moet zoeken dan een student die zich even uitgaf voor Dirk Geeraerts. Deze laatste is professor aan de KUL en doceert er Algemene Taalwetenschap in de bachelorjaren, maar is ook een grote man in het taalkundig onderzoekslandschap.

    Voor de aula staat hij wel eens nors, en spreekt hij soms licht minachtend over minder intellectuele zaken. (Goetongen beweren dat dit gewoon zijn vorm van humor is.)

    Maar ik denk niet dat deze man zich intellectueel gaat verlagen door op amateurtaalblogs vage, clichématige verwijten te slingeren.

    De echte Dirk is inderdaad wel fan van grondig, wetenschappelijk (lees corpusonderzoeksgewijs) onderzoek, maar dat is niet de opzet van deze site dacht ik.

    Over de WOORDSPLINTERTHEORIE. (ik heb ze niet geheel gelezen, ik ga gewoon even af op het voorgaande)
    Ik dacht veeleer aan iets zoals als het minimaxprincipe, ofte de kortheidsregel (of is da in weze hetzelfde?)
    (=Minimale moeite om zo veel mogelijk mee te delen)

    Bv. We zeggen ‘microgolf’ en ‘auto’ ipv microgolfoven en ‘automobiel’, omdat dat korter is (, misschien leuker klinkt), maar TEGELIJK OOK omdat je gesprekspartner niet (of nauwelijks) harder moet gaan nadenken over wat je nu net bedoelt.

    Ook ‘buurtsupermarkt’ kan korter, zonder die extra moeite voor de toehoorder. En inderdaad, ‘buurtsuper’, het is nog goed verstaanbaar.

    Het kan echter enkel afgekort worden doordat er ‘buurt-‘ voor staat.
    ‘Ga je even naar de super’ zeggen we dan ook (nog) niet.

    Maar dat van de morfologische ongeleedheid lijkt me raar. ‘Super-‘ lijkt me als prefix nog vrij productief, en buurtsupermarkt lijkt me ook nog zeer doorzichtig.

    En is het niet zo dat het die ongeleedheid is die er voor zorgt dat woorden niet kunnen worden er net niet voor dat woorden niet meer opgesplitst kunnen worden, en hier wordt het nog wel gesplitst, of ja, afgekort. Correct me if I’m wrong here…

  8. Buurtsuper: toch een mooi woord dat ik als ‘gewone’ taalgebruiker als een hoogst ‘gewoon’ woord ervaar. De discussie hier is voor mij (en hopelijk ook voor mijn leerlingen) ongemeen leerrijk.

    We zetten jullie buurtsuper op – t.t.z. we plaatsen hem – binnenkort op The Sausage Machine!

    Terzijde @ Tom en Esther

    We zijn jullie niet vergeten, hoor … en blijven jullie eeuwig dankbaar voor jullie aanbod van twee maanden geleden. De start op de wiki (in de wiki?) loopt veel trager dan verwacht. We hopen jullie dit trimester nog te kunnen uitnodigen ‘om eens te komen kijken’.

    Heel veel succes in jullie nieuwe academiejaar en natuurlijk ook op Taalkoeien!

    Veel groetjes

    janien

  9. Om even kort te antwoorden op de blog: ja, in Nederland is “super” een zelfstandig naamwoord: “ik moet nog even langs de super”.
    Een buurtsuper is een kleine supermarkt in een woonwijk waar niet alles te koop is en die korter open is dan een ‘echte’ supermarkt.
    In Nederland zijn buurtsupers vaak Spars.

  10. Fijn dat het op deze (web)site in de eerste plaats om de fun gaat. Anders had ik wijselijk mijn mond gehouden.
    Die uitleg over het minimaxprincipe / de kortheidsregel vond ik vooral fijn. Taal dient om met elkaar te communiceren. Het is een levend iets, zoals iedereen hier duidelijk maakt. Voor mijn part is een manier om iets te zeggen goed te keuren zolang we voldoende blijven nuanceren. Als de boodschap begrepen wordt zoals ze bedoeld was, is ’t opzet geslaagd. En daar is sowieso vaak meer dan enkel de ‘taalkundig’ juiste manier om iets uit te drukken voor nodig, niet?

  11. dag dP, je hebt de wondere wereld van de “pragmatiek” ontdekt. Die bestudeert hoe we eigenlijk boodschappen overbrengen terwijl we helemaal iets anders bedoelen. Bijvoorbeeld: “het is hier maar fris” en godbetert, er staat iemand op om het venster dicht te doen!

    Enfin, het gaat verder dan dat, maar u ziet het principe.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s