Waterkansje

Wat een woord, waterkansje! Aangezien ik zelf altijd te lui ben om etymologische woordenboeken op te dissen, vraag ik me al een paar dagen af waar het idee voor dat woord vandaan komt. Wat heeft water te maken met een zeer geringe kans? Druppelkansje leek me dan een logischer woord. Iemand een idee?

11 gedachtes over “Waterkansje

  1. Ja, dat klopt. Maar waterige soep impliceert meteen ook soep die niet dik is, die weinig om het lijf heeft. Een waterig zonnetje doet meteen denken. Door de semantiek van die woorden en de context waaraan ze refereren, doet “waterig” meteen logisch aan. Je zou bij een film die maar weinig op een echte film lijkt (m.a.w. niet in de smaak valt) bijvoorbeeld niet kunnen zeggen “een waterige film”.

  2. een waterige film: dat lijkt voor mij eerder op een amerikaanse tv-film, genre drama, uit 1992 in de stijl van Cramer vs. Cramer :o)

    maar ernstig nu: in heel kleurrijk taalgebruik zou ik een waterige film nog wel kunnen apprecieren.

  3. Ja ok, maar het gaat hier niet om poëzie he. Een waterige soep is ook écht waterig. Een echt waterige film lijkt me technisch gezien onmogelijk.

  4. En wat zou je vinden van ‘een waterig verhaaltje’, of ‘een film met een waterig plot’? Misschien zit de betekenis in de buurt van het “missen van rijke inhoud, of substantie”. Tegenover een ‘waterkans’ zou dan een ‘substantiële kans’ staan. Dat klinkt niet zo gek.

  5. Een “waterig verhaaltje” kan wel voor mij, maar ik vind de uitleg m.b.t “waterkans” toch een beetje vergezocht. Waarom zouden we dan niet gewoon “een waterig kansje” zeggen? En dat gaat voor mij (in tegenstelling tot “een waterig verhaal”) toch niet echt. Zijn er vergelijkbare samenstellingen met “water-” in het eerste deel?

  6. even uit de van dale: (dit begint hier op “semantische verandering” te lijken!)

    – water + aardbei, sla, … : zegt water hier iets over “het missen van substantie” (zoals de taalprof het zei) bij de betreffende etenswaren?

    [- waterglad : glad als water (cryptisch van dale, cryptisch!) (doet me denken aan de definitie die een zekere prof. M. over “tragi-komisch” gaf: tegelijk tragisch en komisch)]

    – waterhoofd: fig. kan dit iemand zijn zonder verstand – “substantie missend”?

    – waterkans: onzekere kans, “kans die elke vorm van ernstige inhoud mist”?

    – waterzonnetje: bleek schijnende zon

    [moeilijk: watermerk?; “waterproof” dat we ook zeggen van een plan waar helemaal geen water aan te pas komt?; “waterputter” betekent ‘ondergeschikte?;]

    hier wil ik nog iets aan toevoegen:
    in BE vindt Google niet 1 keer (volgens mijn opzoeking he) “waterig verhaal”, in NL is dat 20 keer. Bon, daar komt bij dat het cliche wil dat de Ndl zich beter thuis voelt in z’n taal dan de Belg. Dat leidt volgens mij tot vrijer en kleurrijker taalgebruik. Het vergroten van het betekenisbereik van “waterig” (eerst zoals “bleek schijnend” en “weinig tastbare substantie) naar iets overdrachtelijks als een verhaal past perfect in de alombekende mechanismen van semantische verandering (ik denk hier aan metafoor, van concreet naar abstract?) Esther’s opmerking “het gaat hier niet om poëzie” vind ik in dat opzicht ook opmerkelijk, want als ik Esther (en andere duitstaligen) Duits hoor spreken dan hoor ik steeds kleurrijke beeldspraak in het dagelijkse taalgebruik. Enfin, ik heb het gevoel dat ik mijn standpunt niet helemaal duidelijk heb gemaakt, maar esther, geen nood, ik leg het u zo dadelijk wel met handen en voeten uit.

    Op het bezwaar van esther “waarom dan geen waterig kansje” kan ik niet zometeen antwoorden.

  7. Je hebt ook nog “waterverf”, dat gebruikt wordt voor iets wat heel slecht is: “dat is waterverf, meneer!” Misschien heeft dat er ook mee te maken, maar ik heb de indruk dat dat meer Noord-Nederlands is.

    Interessant: het woord bestaat al minstens sinds Vondel: “(”Om … een waterkans te waegen, Te zien wien Jupiter de zeekroon geeft te draegen,” VONDEL 7, 649 [1658])”, vermelding uit het WNT.

  8. Ik ken waterverf enkel van mijn kinderjaren. Dan had je zo’n verfdoos met allemaal kleurtjes en dan kliederen maar! Die figuurlijke betekenis ken ik niet, maar zou die dan niet een bijkomende betekenis van de echte verfsoort zijn? Natuurlijk wel interessant om je af te vragen waarom ze in die uitdrukking dan niet olieverf of plakkaatverf gebruiken.

  9. Een waterige soep is een soep waarbij je het water in de mond loopt.
    Meestal geserveerd als voorgerecht bij spare-ribs met lekker veel been.
    Aanbeveling van de sommelier: een Tres Cru Chateau Migraine.
    Als laatste toetje dan tenslotte nog een desert: Chaussures Brullees.
    Als je een geschenkbon koopt, krijg je alles gratis voor niets cadeau!

  10. Ook meer een nav-reactie, getriggerd door Taalprof: Waterverf! Wáteferref, meneer Parel! Namaak, tinnef, oplichterij: achteraf blijkt het waterverf te zijn, een paar spatjes regen en het zag er niet meer uit. Weggegooid geld, daar gáán je dure centen of je goeie geld: waterverf! Ken der wel om janke. Werd hét alternatief voor wáárdeloos! en moest ook met nadrukkelijk accent uitgesproken worden. Toch geen blijverdje gebleken.
    In de jaren vijftig moest je haast eerst nadenken voor je je realiseerde dat waterverf ook iets kon zijn om lekker mee te aquarellen. Zó had de Wim Sonneveld creatie Willem Parel, as soown in klaensoown fan un orregeldraajer, het ons ingepeperd. Ach de oorlog was nog niet zo lang voorbij, veel was nog onbetaalbaar, er werd behoorlijk gescharreld, het gonsde van de handeltjes, dus werd je van tijd tot tijd ook zwaar getild. Zaterdagavond op de V.A.R.A.-radio, het N.P.G., het Nederlands Parel Genootschap.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s