Weet jij hem te wonen?

In de commentaren merkt Anna op dat ze zeker nooit spontaan “weet jij hem te wonen” zou zeggen. Nee, dat zou ik ook nooit zeggen. En google ook niet, behalve op de website van de E-ANS. En die zegt hier bij zinnetje twaalf a “weet jij hem te wonen”.

Nu mag je er altijd wel vanuit gaan dat de Algemeen Nederlandse Spraakkunst weet waar het over gaat. En jawel hoor, ze vermelden iets als “weten + te + infinitief”. Het voorbeeldzinnetje maakt de zaak niet echt helder, maar het onderstaande zinnetje wel (hoop ik):

“weet het mij te vertellen als er iets gebeurt”

weet + te + infinitief, het is een feit. Misschien moet de ANS haar voorbeeldzinnetje maar eens aanpassen.

17 gedachtes over “Weet jij hem te wonen?

  1. Je kunt ook zoeken op “weet * te wonen”. Dan vind je verscheidene geloofwaardige voorbeelden van deze constructie. Over aantallen durf ik niets te zeggen, maar een vluchtige blik op de vindplaatsen maakt duidelijk dat dit niet abnormaal is.

  2. Ik citeer uit de syllabus Taalzorg van prof. Alfons de Meersman:

    WETEN met lange infinitief of te-infinitief?

    In het SN wordt weten enkel met een te-infinitief gecombineerd. Regionaal komt het ook met een infinitief voor.

    Weten is in twee betekenissen Standaardnederlands, in een betekenis regionaal (in België):

    1. Standaardnederlands weten + te-infinitief (lange infinitief)
    a. = IN STAAT ZIJN, erin slagen, de kans zien
    (1) Hij heeft zich goed weten te redden.

    b. = WETEN WAAR
    In deze betekenis wordt ‘weten + te-inf.’ Gecombineerd met een DO en de infinitief van liggen, zitten, staan, hangen of wonen.
    (2) De toerist wist Bakhuizen niet te liggen? (SN)
    (3) Weet jij vader z’n uniform te hangen? (SN)
    (4) De bibliothecaris zal toch Van Dale wel weten te staan? (SN)

    In deze betekenis wordt in België ‘weten + infinitief’ gebruikt:

    (5) *Weet jij de veldwachter wonen?

    In het SN wordt in zulke verbindingen dus ‘weten + te-inf.’ gebruikt. Natuurlijk kun je in deze betekenis net zo goed de constructie ‘weten waar..’ gebruiken, die ook in Vlaanderen endogeen is:

    (4’) De bibliothecaris zal toch wel weten waar Van Dale staat?
    (5’) Weet jij waar de veldwachter woont?

    Let op:
    De combinatie weten zijn is alleen gangbaar in een aantal dialecten, ze is niet algemeen is het Belgisch Nederlands en dus zeker geen SN:

    (6) *Ik weet dat/hem niet zijn.

    Je kunt ze in het SN vervangen door de weten waar-constructie, niet door weten te zijn:

    (6’) Ik weet niet waar dat/hij is. (SN)

    Opmerking
    Soms wordt in het SN ook wel een (elliptische) verbinding ‘weten + DO’ gebruikt; deze constructie is wel ongewoon bij een DO dat personen noemt.

    (7) Weet jij mijn hoed (nergens)? SN
    = Weet jij waar mijn hoed (ergens) ligt? SN

    2. Niet-SN, regionaal weten:
    In het Belgisch Nederlands komt – uitsluitend in de voltooide tijden – weten+lange infinitief ook voor in de betekenis
    ‘zich kunnen herinneren, nog weten dat, weet hebben van’

    (8) *Ik heb hem daar nog weten wonen. (=Ik weet nog dat hij daar woonde.)
    (9) *Ik heb hem nog weten voetballen.

  3. “weet het mij te vertellen als er iets gebeurt”
    —> ik wil echt niet lastig doen : ) , maar hmmm, is dat SN? in elk geval is het ook niet van toepassing om het voorbeeld van “weten te wonen” te verduidelijken, aangezien die ‘te’ daar hoort te staan door de betekenis ‘weten waar’, en in jouw zinnetje is dat niet het geval..

  4. wel, .. ik was te benieuwd en wilde het zeker weten
    en heb het gevraagd aan de taaladviseurs van het taaluniversum
    gewoon, dan is het duidelijk : )
    ook gewoon voor mezelf wilde ik het graag weten, “weten te vertellen ” is zoiets dat frequent gebruikt wordt, maar ik heb doorheen m’n opleiding al wel geleerd dat je vaak niet op je intuïtie kan afgaan : )
    van dale geeft ook geen uitsluitsel:

    we·ten2 (ov.ww.)
    1 kennis hebben van => bekend zijn met iets, kennis dragen van iets, op de hoogte zijn van iets

    we·ten te (ww.)
    1 kunnen, in staat zijn om

    “hij weet me te raken” is dus zeker correct, maar “weet het me te vertellen”, hmm.. daar ben ik benieuwd naar : )

  5. ik heb mezelf even moeten bijscholen want van ‘bananenzinnen’ had ik nog niet gehoord, en dit gevonden op je blog:

    “Dat zijn zinnen waar het voorzetselvoorwerp vooropgeplaatst is, maar waarbij er geen voornaamwoord komt om ernaar te verwijzen, zoals: Bananen hou ik niet van. (…) Maar vandaag trof ik er toch een aan op het forum van onze studentenkring: Het Volle Leven vraagt hij namen van.”

    als ik op je voorbeelden afga, denk ik niet dat “daar ben ik benieuwd naar” een bananenzin is, omdat ‘daar’ een andere vorm aangenomen heeft dan wanneer je de Vz-constituent niet zou splitsen (dan zou het vervangen worden door een substantief, bv. “Ik ben benieuwd naar het antwoord”)
    want; parallel, om jouw voorbeelden te recycleren:
    “Daar vraagt hij namen van” en “Daar hou ik niet van”, dat zijn toch ook geen bananenzinnen, veronderstel ik?

  6. edit: ik bedacht net het volgende:
    het grootste verschil tussen jouw voorbeelden en
    “daar ben ik benieuwd naar” is er – volgens mij –
    één van woordsoorten:
    bij bananenzinnen lijkt het erop dat een substantief foutief vooropgeplaatst wordt, terwijl dit bij (1) daar ben ik benieuwd naar, (2) daar hou ik van, (3) daar ben ik al eens geweest,
    niet het geval is: ‘daar’ is immers in (1) en (2) een deel van een voornaamwoordelijk bijwoord en in (3) voornaamwoordelijk bijwoord, verwijswoorden dus, en het is toch volledig aanvaardbaar om die voorop te plaatsen? no?

  7. er is helemaal niets “fouts” (“fout”: verdwijnen van de genitief) aan het vooropplaatsen van het substantief in bananenzinnen. Meer zelfs, waar dat de doorsnee taalliefhebber “fout” zegt, daar zegt de taalkoespotter “interessant”.

    Maar ter zake, ik stelde de bananenzin-vraag juist omdat “het substantief” vervangen werd door “daar”. Enfin swat, ik heb die bananenzinnen nooit goed doorgehad denk ik zo.

  8. ach.. ik ging ervan uit dat ze ‘fout’ zijn omdat ze voor mij vreselijk ongrammaticaal lezen. maar ’t is inderdaad wel interessant. we zijn wel mijlenver afgedwaald van het beginonderwerp : ) maar goed, jetzt studieren bitte!

  9. @taalprof: er zijn taalkundigen die bananenzinnen analyseren als zogeheten “links-dislocatie”, met weglating van het steunwoord. Meer precies: je hebt “Bananen, daar houd ik niet van”, wat een gewone Links-dislocatiezin is met steunwoord “daar”, het eerste deel van het gesplitste voornaamwoordelijk bijwoord “daarvan”. Laat je nu “daar” weg, dan pas krijg je de bananenzin.

    Dat houdt in dat een zin met “daar” zelf nooit een bananenzin kan zijn. Want “daar” is niet weggelaten.

  10. Weet me te vertellen als er iets gebeurt: je moet me wel waarschuwen tegen de tijd dat het zover is, lijkt mij. Dan weet je me te vinden, hè! lijkt me ook zoiets. Als situatie stel ik me voor: de chef gaat om vijf uur naar huis, maar het hoofd van de avondploeg met hem onmiddellijk waarschuwen als de ontwikkelingen die al voor vijfen waren ingezet zijn terugkomt misschien vereisen. Ik ben thuis, je weet me dus te vinden/bereiken, en wee je gebeente als je me niet waarschuwt als ik misschien een belangrijke beslissing moet nemen.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s