‘hebben’ wordt hebberig

Het valt me al een tijdje op dat veel mensen, waaronder ook ikzelf, vaak een voltooide tijd met ‘hebben’ vormen, terwijl die eigenlijk met ‘zijn’ >moet< gevormd worden.

Voorbeelden:

  • ik heb gaan skieën in de lesvrije week.
  • ik heb frieten gaan eten.
  • ik heb de hele week vroeg opgestaan.
  • Ondertussen had u net zo dood geweest (nederkrant)

Vele mensen zullen zeggen dat het ‘vergissingen’ zijn, maar meestal hoor ik niemand zich verbeteren. En dat doe je normaal gezien wel. Of andere mensen zullen je verbeteren, en ook dat heb ik nog niet gehoord. Er is hier dus volgens mij wel meer aan de hand dan enkel ‘vergissingen’. Ik kan nog niet zeggen of het fenomeen zich verspreid, maar hoe meer ik er op let, hoe vaker ik zo een “hebben” zin hoor.

(alle voorbeelden heb ik genoteerd van mensen die de zinnen daadwerkelijk zo uitgesproken/geschreven hebben!)

UPDATE: extra voorbeelden:

8 gedachtes over “‘hebben’ wordt hebberig

  1. In de eerste twee voorbeelden richt het hulpwerkwoord zich naar het hoofdwerkwoord (resp. ‘skiën’ en ‘eten’). Dat is een min of meer bekend verschijnsel. Het derde voorbeeld voelt wat mij betreft als een fout aan en het vierde lijkt me een verkorting van ‘Ondertussen had u net zo dood geweest kunnen zijn’, waarbij ‘hebben’ heel gewoon klinkt.

    Dat de hulpwerkwoorden ‘hebben’ en ‘zijn’ zich wel eens richten naar het meest betekenisvolle werkwoord in de werkwoordelijke eindgroep in plaats van naar modale hulpwerkwoorden als ‘mogen’, ‘kunnen’ en ‘moeten’, staat ook beschreven in de ANS (even geen tijd om het op te zoeken). In Vlaanderen blijkt dat vaker voor te komen dan in Nederland.

    Joop van der Horst beschrijft dit verschijnsel in een artikel in Onze Taal, nr. 4 van 2005, blz. 100: “Hoe is dat kunnen gebeuren – Vlaamse zinswending als toekomstig Nederlands”.

    Een citaat:
    “In het Noorden wordt de keuze [tussen ‘hebben’ en ‘zijn’] bepaald door het hulpwerkwoord [*], in het Zuiden door het hoofdwerkwoord [**].”
    [*] In dit geval ‘kunnen’
    [*] In dit geval ‘glippen'”

    In het artikel wordt de evolutie van hulpwerkwoorden zoals ‘kunnen’, ‘moeten’, ‘mogen’, ‘gaan’ en ‘blijven’ geschetst. Volgens Van der Horst is daar een heel geleidelijk proces van grammaticalisatie in merkbaar, die duidelijk de Vlaamse (of Zuid-Nederlandse, want het verschil is niet zwart-wit) taalsituatie (hoofdwerkwoord bepaalt de keuze tussen ‘zijn’ en ‘hebben’) als resultaat heeft.

  2. Dat wat Maurice zegt over het artikel van Van der Horst kan ik alleen maar beamen, en het lijkt me inderdaad ook wat er aan de hand is met de eerste twee zinnen.

    Dan de derde zin. Die paste voor mij in het “vergeten” of “winnen”-rijtje. Ik weet persoonlijk nooit of het nu “ik heb vergeten” of “ik ben vergeten” is of “ik heb gewonnen” of “ik ben gewonnen”. Dat had iets te maken met het verschil tussen transitief en intransitief en perfectief en niet-perfectief? Het is namelijk zo dat transitieve werkwoorden met “hebben” de voltooide tijd vormen (bv.: “Ik heb dat gedaan”), maar ook intransitieve werkwoorden die een handeling uitdrukken of een soort blijvende toestand. Bv.: “Ik heb gelopen”, “Hij heeft geglimlacht”; tegenover “zijn” bij intransitieve werkwoorden die een verandering uitdrukken: “Hij is van hier naar daar gelopen”.

    Een beetje moeilijk misschien, maar Taalboek Nederlands legt dat netjes uit (p. 160 e.v.). Misschien is het zo dat mensen die zeggen “Ik heb vroeg opgestaan”, “opstaan” beschouwen als een werkwoord dat een handeling uitdrukt, terwijl anderen eerder denken aan een verandering, en dus bijgevolg “is” gebruiken.

    De laatste zin weet ik ook niet zo juist. Een verkorting lijkt me op de een of andere manier ook nogal vreemd, omdat je bij een verkorting niet plots het voltooid deelwoord gaat weglaten en het andere werkwoord in voltooid deelwoord-vorm laat verschijnen.

  3. Ik heb er daarnet bij Van Vaeck ook nog eentje gehoord:
    “we hebben niet veel op de embleemtraditie ingegaan”. Ik heb het gehoord, omdat ik er mee bezig was, maar heb jij het gehoord esther? en die derde zin heb ik van jou, overigens ;o)
    tom

  4. Ja dat van in de les heb ik ook gehoord. En het klopt inderdaad dat ik de hele week vroeg opgestaan heb/ben. Maar ik kan me niet herinneren dat ik dat gezegd heb!

  5. Als je onderweg je zin bijstuurt kan de afloop wel eens minder goed bij de aanzet passen. Vaak wordt de afslag op een of andere manier gemarkeerd.
    “Ik heb” als stopwoord? alvast geluid maken terwijl je mentaal nog aan het formuleren bent, om geen “Ehh…, ehh…” te zeggen?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s