Knefleek?

Wim Govaert heeft een prangende vraag gesteld via de mail:

Een mooie om over na te denken, over “look”. Niet de Engelse look uit look&feel, maar over de groente. Hoewel, nu ik erover nadenk: is dat wel een echte groente?. Hoedanook, er is alleszins een geurtje aan. Want wat is “knof”? “Bies” lijkt me duidelijk, want bieslook bestaat uit biesvormige stengels. Maar “knof”?

Onze taal (http://taal.web-log.nl/taaladviesdienst/2007/02/knoflook_knof_l.html) suggereert de verklaring, maar is dat dan in het Duits ook zo? Knoblauch? Waarschijnlijk wel.

Pollepel is nog zo eentje; komt van potlepel.

Ik vraag me af in welk jaar we voor het eerst over kneefletters zullen horen spreken …

De taalkoeredactie sprong erop en kwam met hetvolgende:

Op de taaladviesdienst melden ze: “knoflook is een verbastering van kloflook, dat moeilijk uit te spreken was vanwege de twee l’en die zo vlak na elkaar staan.” Klinkt prima, maar ze zijn een kleinigheidje vergeten. Ook de klinker heeft wat in de pap te brokken. Zoals Wim in zijn vraag al aantoont, is er ook iets aan de hand met “pot/llepel”. De klinkeromgeving van de “l” is een “o”. Daarom zullen we nooit over “kneefletters” (kleefletters) spreken, want de “e” is geen “o”.

Maar deze verklaring geldt tot het tegendeel bewezen is…

Een gedachte over “Knefleek?

  1. Het WNT online zegt wel het een en ander over knoflook: “znw. onz., geen mv. Met dissimilatie uit mnl. cloflooc (cluflooc); os. cluflôc, mnd. nnd. knflôk; ohd. clovalouh, mhd. klobelouch, nhd. knoblauch. Het eerste lid komt overeen met ags. *clufu (’t mv. clufe komt voor), meng. neng. clove, knoflookbolletje, en is verwant met Klieven enz.: de bolletjes, die een samenhangenden krans om den stengel vormen, maken den indruk kliefsels te zijn. Vermoedelijk heeft de vorm der bolletjes aanleiding gegeven tot zgn. volksetymologische verbasteringen als knoop- en knoplook. Ook vindt men knuf- en knoeflook, waarvan het eerste lid ten nauwste samenhangt met knof-. Knoef komt, in den meervoudsvorm knoeven, gewestelijk ook afzonderlijk in den zin van knoflook voor: zie b. v. TER LAAN; V. ANDEL, Volksgeneesk. 161 [1909].
    Zie, behalve de aanhalingen, o.a. nog voor den vorm knooplook: KIL. (voor wien dit blijkbaar het gewone woord is); voor knoplook: VONDEL 8, 145 [1660]; DE DECKER 1, 34; ANTONIDES 2, 292 [1666]; HOUTTUYN, Nat. Hist. II, 12, 196 [1780] (”Knoplook of Knoflook”); voor knoeflook: KIL. (verg. Tijdschr. 54, 232); voor knoflook, dat thans de algemeenndl. benaming is: COMENIUS, Deure d. Taalen 22 [1666]; STEENDAM 44; DOEDYNS, Merc. 1, 84; DE BRUYN, Reizen 2, 20 b [1714]; VALENTIJN, O.-I. V, 1, 201 b [1726].”

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s