Dinsdag: passief zonder hulpwerkwoord

“ik vind Paul niet veranderd” (Iets over een kerel die monnik geworden is, gehoord op één)

Je zou verwachten: “ik vind dat Paul niet veranderd is”. Maar we zeggen het vaak op de manier zoals hierboven “ik vind Paul niet veranderd”. Ik ben niet helemaal zeker, maar volgens mij is het iets met het passief.

Nuja, is ‘Paul is veranderd’ een passieve zin? In principe heeft Paul zijn verandering zelf in handen, en dan is Paul nog wel het logische EN grammaticale onderwerp (Paul verandert zich).

Maar kom, for the sake of the Taalkoe, ik heb al een paar keer iets leuks opgemerkt ivm het passief. Zo hoorde ik van mijn mama bijvoorbeeld al de volgende zin: “ja die tassen mogen afgewassen.” Het hulpwerkwoord ‘worden’ of ‘zijn’ valt gewoon weg.

de zinnetjes die ik zo kan vormen, en waar iedereen van weet dat ze passief bedoelt zijn zonder ‘worden’ of ‘zijn’:

  • de kopjes mogen afgewassen
  • ik vind Paul veranderd
  • dat boek moet nog gelezen

Kom op, zijn er nog zo zinnetjes? Ik vind dat echt een leuke taalkoe, even persoonlijk.

UPDATE: lees ook op de taalprof

16 gedachtes over “Dinsdag: passief zonder hulpwerkwoord

  1. het is misschien enkel productief bij modale werkwoorden. kijk naar de voorbeelden die ik in de post geef: moeten, mogen (vinden? is dat modaal)… ook ‘het dient gezegd’ is modaal he.
    hoe komt dat toch maar?

  2. Das war wohl keine Sprachkuh, sondern ein Sprachochse! Wie zou het nu in zon hoofd halen om te beweren dat een zin als ‚Paul is veranderd’ een passieve zin zou zijn. Das kann ja wohl nur ein echter Sprachhornochse sein! ‚Paul is veranderd’ is een zin in het perfectum – voor de Nederlandstaligen onder ons de v.t.t.. Ja hoor, ik weet dat iedereen dat meteen begrijpt. Bedoeld is de voltooid tegenwoordige tijd (whatever this may be!). Als je met al dat grammaticaal gezeur rond je oren niets kunt aanvangen, stel je gewoon de volgende reeks voor:
    1. Paul verandert.
    2. Paul veranderde.
    3. Paul is veranderd.
    Van passieve constructie dus absoluut geen sprake! Gewoon een proces door de jaren heen!

    Aan de andere kant zou ik het wel een discussie waard vinden om te onderzoeken in hoeverre een v.t.t. van intransitieve werkwoorden met passieve constructies overeenkomen. Dit zou meteen verklaren waarom het passief gevormd wordt met hetzelfde deelwoord waarmee wij het perfectum maken (de v.t.t., je weet nog wel?), waarmee jammer genoeg het verschil tussen perfectum een lijdende vorm zou verdwijnen (zijn we dus in de beschrijving van de taal niet goed bezig?).

    In tegenstelling met het voorgaande zijn zinnen als
    • de kopjes mogen afgewassen
    • ik vind Paul veranderd
    • dat boek moet nog gelezen
    wel degelijk passieve zinnen. Dat het hulpwerkwoord niet hoeft te worden gerealiseerd wijst erop dat die hulpwerkwoorden maar van ondergeschikte rang zijn. In het Nederlands kan je die hulpwerkwoorden makkelijker weglaten dan in het Duits. In de bovenstaande zinnen zou je in het Duits de – door het modale werkwoord vereiste infinitief – ook moeten realiseren: Das Buch muss noch gelesen werden. Dezelfde weglaatbaarheid heb je ook al in een ‘verkeerde’ constructie als: dat kan niet of dat mag niet. In het Duits zou dat zijn: Das kann nicht sein oftewel Das darf nicht sein. De infinitief is dus verplicht. Wil dus zeggen dat het weglaten van de infinitief niets te maken heeft met de passieve constructie.
    Het weglaten van hulpwerkwoorden valt dus te observeren. Maar dit is geen aanleiding om Duitse Kerstliederen verkeerd te citeren. Het is niet zo – zoals Esther beweert – dat de tekst luidt: “Göttlicher Heiland, der Christenheit Haupt, was uns der Sündenfall Adams geraubt”. Juist is veeleer: “Göttlicher Heiland, der Christenheit Haupt, du gibst uns wieder, was Adam geraubt”. Wat niets verandert aan het feit dat er een hulpwerkwoord is weggelaten.
    Blijkbaar zijn er dus – al naar gelang de taal – hulpwerkwoorden weglaatbaar, wat erop wijst dat hulpwerkwoorden in het algemeen en werkwoorden in het bijzonder in onze taal slechts een ondergeschikte rol spelen. Zouden de werkwoorden ook anders zo zijn overbelast met informatie over 1. persoon 2. tijd 3. modus 4. modus verbi en wat dies meer zij?

    Muuuuhhhh!

  3. @bds: hulpwerkwoorden “spelen een ondergeschikte rol”? Wat bedoel je daar precies mee? Het feit dat woorden of zinsdelen weglaatbaar zijn zou j ook kunnen beschouwen als een aanwijzing dat ze zozeer in de taal verankerd zitten dat de taalgebruiker ze gemakkelijk kan reconstrueren in de context.

    En vind jij ook niet dat ‘Paul is veranderd’ dubbelzinnig is. Je kunt het inderdaad opvatten als de vtt van ‘Paul verandert’, maar ook als de ott van ‘Men heeft Paul veranderd’. Kijk maar: ‘In deze extreme makeover is Paul door een team van deskundigen veranderd in een sportieve slanke man’.

    Die dubbelzinnigheid is typisch voor de “veranderingswerkwoorden” als: smelten, vriezen, drogen, koken, etc.

  4. Beste taalprof! Wat een vraag! Uit mijn betoog blijkt – zo dacht ik toch – dat ik ‘Paul is veranderd’ wel terdege dubbelzinnig kan vinden. [Een passieve betekenis ervan kan jij er alleen maar in krijgen door er een constructie met ‘door’ aan toe te voegen.] Ik heb er immers de vaststelling aan gelinkt dat de v.t.t. van intransitieve werkwoorden perfect zou kunnen verklaren waarom wij de lijdende vorm met een participium perfectum vormen – en niet met iets anders (bv. een deelwoord van de tegenwoordige tijd). Laat me dan hierop even verder gaan. Het feit dat we het passief met een participium perfectum maken (en niet met iets anders) betekent dan dat de lijdende vorm blijkbaar onverbrekelijk gelinkt is aan een verleden tijd, of beter (of beter slechter) gezegd aan een voltooid tegenwoordige tijd (v.t.t.). Goed, dit brengt de gewone beschrijving van de grammatica wel wat in war, maar getuigt toch van een bepaalde logica in de taal, niet waar? Hier kan dus grammatica compleet opnieuw worden ge- en beschreven.

    Wat de ondergeschiktheid van hulpwerkwoorden – en ik voeg er nu aan toe: werkwoorden in het algemeen – betreft, kan jij hun weglaatbaarheid als een sterkte interpreteren, voor mij blijft dit een fundamentele zwakte – die aan de andere kant als ‘positief’ gevolg met zich meebrengt dat je er allerhande andere informatie in kwijt kan die eigenlijk met dat woord zelf niets te maken heeft (persoon, numerus, tijd, modus, genus verbi). Anders geformuleerd: de ‘leegte’ van de werkwoorden trekt andere betekenisdragers aan. Het meest frappante en grammaticaal meest onverklaarbare werkwoord op dat vlak is het werkwoord ‘zijn’. In het Nederlands noemen ze dat een ‘copula’ (koppelwerkwoord) [Daarvoor bestaat er in het Duits geen equivalent.] De vertaling is het helderst: dit woord koppelt maar, van betekenis is er geen sprake. Het spreekt vanzelf dat een dusdanig nietszeggend woord het makkelijkst weglaatbaar is (het koppelt immers alleen). Dat geldt eveneens voor de andere werkwoorden, wat niet wegneemt dat zij bijdragen tot een enorme diversificatie! Zo heef het Frans een ongelooflijke hoeveelheid werkwoordsvormen geproduceerd, evenals het Oudgrieks, en je zou er nog meer bij kunnen verzinnen! Esther spreekt in dit verband van een grammaticalisatietendens. Waarmee ze dus impliciet toegeeft dat werkwoorden ondergeschikt zijn: Ze vervullen een grammaticale rol. Hun bijdrage tot de over te brengen boodschap is van functionele aard, niet van semantische. Van daar dus hun eclatante ondergeschiktheid.

  5. en om nu even het terug op het spoor van “de kopjes mogen afgewassen” te trekken: omdat ‘worden’ in die zin volledig ondergeschikt is, want zelfs persoon, numerus, tijd, modus (!) en genus verbi (wat is dat eigenlijk?) zitten niet meer in de weggelaten “worden” . “worden” is in die zin helemaal leeg, en bijgevolg: weg ermee. Het modale werkwoord “mogen” is immers veel en veel belangrijker dan het stomme lege werkwoord “worden”
    Dat bedoel je toch?
    Volgens mij kan je een analoge redenering doen voor “mag ik het geld teruggestort” (krijgen).

  6. Volgens mij is het beter niet zo’n strikte scheiding te maken tussen grammaticale functies en semantiek. Grammaticale functies drukken immers ook altijd betekenis uit. Aspecten als “toekomstig” of “eerste persoon” of “enkelvoud” zijn niet louter syntactische categorieën, maar toch ook deels constitutieve onderdelen van de betekenis, niet?

  7. @bds: jij lijkt het “belang”, of de “sterkte” van een woordsoort uitsluitend te koppelen aan de bijdrage die deze levert aan de betekenis. Dat is natuurlijk je goed recht -belang is geen absoluut begrip!- maar waar ik op wees was dat je dat belang ook aan andere eigenschappen kunt afmeten. Met Esther zou ik grammaticalisatie niet als een zwakte zien, maar eerder als een aanwijzing dat het element in de kern van het taalsysteem wordt opgenomen.

    Laat me dit nog eens met een voorbeeld toelichten: als je een Nederlandse zin neemt, en je vervangt alle inhoudswoorden door het woord “smurf”, dan krijg je een onbegrijpelijke mededeling, maar je houdt ontegenzeggelijk een Nederlandse zin over. Vervang je alle functiewoorden (in feite de “gegrammaticaliseerde elementen”) door “eh”, dan snap je misschien waar de zin over gaat, maar het houdt voor een belangrijk deel op een Nederlandse zin te zijn. Ik bedoel, het zou dan net zo goed uiting kunnen zijn, afkomsting avn een Japanner die geen Nederlands spreekt, in een woordenboek de inhoudswoorden heeft opgezocht en die toevalligerwijs in de goede volgorde heeft gezet.

    Wat je zegt over de dubbelzinnigheid van ‘Paul is veranderd’ kan ik niet helemaal volgen. Ik had begrepen dat jij deze zin niet dubbelzinnig vond, getuige je opmerking “Van passieve constructie dus absoluut geen sprake!” uit je vorige reactie, en het verschil dat je maakte met ‘Ik vind Paul veranderd’. Maar blijkbaar maak je een verschil tussen “passieve betekenis”, die jij verbindt met het voltooid deelwoord, en “passieve constructie”. Is dat dan voor jou de constructie met hulpwerkwoord “worden”?

    Dat de “passieve betekenis” exclusief met het voltooid deelwoord samen zou hangen is in elk geval niet juist. Er zijn voltooid deelwoorden zonder passieve betekenis (“gearriveerd, geschrokken”, eigenlijk alle voltooid deelwoorden die als hulpwerkwoord van tijd ‘zijn’ hebben), en er zijn constructies zonder voltooid deelwoord die een passieve betekenis hebben: “dit boek is goed te lezen”, “een boek om te lezen”, “ik hoor een lied zingen”, ik noem er maar een paar. Ik ben het ook niet met je eens dat ik die passieve betekenis “er alleen maar in kan krijgen” door middel van een door-bepaling. Ook zonder die doorbepaling kan ik de zin zo opvatten. Ook in de zin ‘In deze extreme makeover is Paul veranderd in een sportieve slanke man’ is voor mij in elk geval mogelijk sprake van een passieve betekenis.

  8. Waarom zou je je verbazen over het wegvallen van ‘worden’ in een zin als ‘de kopjes moeten gewassen’? In Nederlandse passieve zinnen valt ‘geworden’ altijd al weg: ‘de kopjes zijn gewassen [geworden]’. En nu valt ‘worden’ dus weg. Is dat niet gewoon het doortrekken van een lijn die in lijkt te houden dat het passieve hulpwerkwoord weggelaten wordt / kan worden als het vergezeld wordt door een ander hulpwerkwoord (een modaal hulpwerkw. in ‘de kopjes MOETEN gewassen [worden]’; een hulpwerkw. van tijd in ‘de kopjes ZIJN gewassen [geworden]’.

  9. Het verschil is dat je het hier hebt over een constructie die een toestand uitdrukt. Volgens mij is het in die constructie al zo ver gekomen, dat we “gewassen” zijn gaan interpreteren als een adjectief. Je kan bijvoorbeeld ook zeggen: “Het zijn mooie en gewassen kopjes”. Het voltooid deelwoord begint in die constructies sterke kenmerken van het adjectief te vertonen. Vandaar dat “worden”, wat een agens impliceert, misschien niet meer gebruikt wordt.

  10. Esther,
    Als je bedoelt dat ‘de kopjes moeten gewassen’ mogelijk is omdat ‘gewassen’ gezien kan worden als adjectief, dan is het niet te begrijpen dat ‘?de kopjes moeten mooi’ vreemd is. Je kan natuurlijk wel iets krijgen als ‘de deuren moeten wit’, maar dat houdt nu juist een handeling in: ‘de deuren moeten wit(geverfd worden)’.
    Aan de andere kant lijkt het verschil tussen ‘de kopjes moeten gewassen’ (prima) en ‘de kopjes moeten vanavond gewassen’ (klinkt in mijn oren minder natuurlijk) in het voordeel van jouw suggestie te spreken.

    Overigens zou ik in dit verband niet willen spreken over afgrijselijke en minder afgrijselijke zinnen (cf. wat je hierboven zei over ‘het moet gezegd’ en ‘het dient gezegd’). Taalontwikkeling heeft niets met esthetiek te maken.

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s