Taalkoeien van mei

Dirk D. zit stil kauwend aan de ontbijttafel. Hij is vroeger opgestaan om de tafel te dekken; sinds hij niet meer naar zijn werk ‘hoeft’ (zoals Lea het uitdrukt), kan hij die kleine bijdrage toch wel leveren aan het huishouden. Lea ritselt ondertussen met de krant. Dirk D. ergert zich ondertussen mateloos. Nog nooit eerder heeft hij zo’n mateloos gevoel van ergernis gevoeld. Zijn kauwen wordt er bitsiger van, zijn slikken moeizamer. Hij kijkt naar zijn vrouw, die het aandurft om met haar lelijke krulspelden aan het ontbijt te verschijnen en het bovendien niet laten kan ervan te blijven, en vraagt zich af waar hij het nog allemaal voor doet. Hij zou blij zijn als hij van haar aanwezigheid vanaf was. Hij wou toch een beroemd wetenschapper worden? Het moet wel haar schuld zijn dat hem dat niet gelukt is, want aan ambitie en inspiratie ontbrak het hém zeker niet.

En voor hij het zelf beseft spreekt hij ze uit, de gevreesde woorden: “Vanaf vandaag doe ik niets meer in dit huis. Ik ben geen klusjesman. Ik zijn met andere dingen bezig.” Lea kijkt hem kort aan van boven haar leesbril en duikt terug in de krant: “Slecht geslapen?” Dirk D. verslikt zich. Het ziet er naar uit dat ze hem niet gelooft. En vanaf nu pikt hij het niet meer dat niemand hem nog gelooft. Woest staat hij recht en giet een laatste rest koffie in zijn mond, die heter blijkt te zijn dan hij gedacht had. De hoestbui die volgt, gaat pas over als Lea hem heftig op de rug klopt en hem een glas water laat leegdrinken. Dirk D. bedankt haar kort en sloft naar zijn stoel in de woonkamer. Daar blijft hij de hele voormiddag zitten.

Tegen het middageten heeft hij zijn besluit getroffen. Terwijl Lea hem aardappelen opschept, schraapt hij zijn keel: “Ik moet hier even weg.” Dat vond hij een goed begin. “Ga je naar de winkel? Want dan mag je 200 gram gehakt meebrengen voor morgen. Ik vind het zelf veels te warm om nu naar de winkel te gaan”, antwoordt zijn vrouw. Hij begrijpt niet hoe ze die ondraaglijke spanning die in de lucht hangt niet aanvoelen kan. “Ik ga weg van jou, Lea. Ik moet absoluut alleen zijn. Anders krijg ik mijn woordenboek nooit af.” Zijn vrouw kijkt hem streng aan, en antwoordt vragend met een zekere zachtheid in haar stem: “Ik dacht dat jij zo geen man was, Dirk. Je hebt een moeilijk karakter, maar je bent toch niet zo koppig dat je beweert dat je geen boek kunt schrijven terwijl er iemand in de kamer ernaast zit?” Ze begrijpt niet waarom hij dit nodig heeft, merkt hij aan de ietwat treurige blik in haar ogen. Ze heeft hem vast nooit begrepen. “Je moet me een keer laten doen wat ik moet doen, Lea.” Rond Lea’s mondhoek speelt een ietwat spottende trek. Zwijgend begint ze te eten.

De losbarsting komt pas na het eten: “Mijn God, wat ben je een puber! Waar wil je gaan leven? Wie gaat er voor je eten zorgen? Je gaat gek worden zo in je eentje … Volgens mij ben je al gek!” Dirk D. laat zich echter niet kraken: “Ik ben zestig, Lea, het moet gezegd dat ik best voor mijn eigen levensonderhoud kan instaan.” En hij loog er nog snel bij: “Maak je geen zorgen, het heeft niets met jou te maken.

Als het niets met mij te maken had, zou je ook thuis kunnen blijven. Ik sta me hier dag in, dag uit uit te sloven voor jou, en dat is mijn dank. Jij hebt geen greintje besef van wat er om je heen gebeurt. Ben dan toch ook eens lief voor mij! Ga maar weg, dan zul je eens voelen hoe het voelt om een baby van zestig onder je hoede te hebben.

Dirk D. vindt het die avond moeilijk om naast Lea in het echtelijke bed te gaan liggen. Ze heeft de rest van de dag niet meer tegen hem gesproken. Toch wil hij deze keer niet toegeven. Hij gaat in zijn vissershutje aan de Maas logeren tijdens de zomer. Hij zal als een gek doorwerken aan zijn woordenboek, en daarna zal hij wel weer tevreden terug kunnen keren naar haar. Dan heeft zij ook de tijd om de dingen op een rijtje te zetten.

De volgende ochtend, voor hij opgaat naar zijn hutje, geeft Dirk D. Lea een kus aan het ontbijt. “Ik laat wel wat van me horen”, glimlacht hij. Hij is zo opgetogen over zijn avontuur, dat hij de vochtige blik in haar ogen niet ontwaart. Wanneer de deur achter hem dichtslaat, zingt ze zachtjes: Ik wil niemand anders dan jij…

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s