Elkaar

In de Engelse les leerde ik dat in veel Engelse werkwoorden de 'elkaar' al ingebakken zit. Voorbeeldjes:

  • they married *with each other.
  • they met *each other at Boxing Day.

En als je dan de vergelijking maakt met het Nederlands, merk je op dat er daar bij ons soms nog variatie op zit:

  • ze zijn verliefd (op elkaar).
  • zij hebben elkaar ontmoet. (hier moet de 'elkaar' erbij staan)
  • Laten we afspreken. (de 'elkaar' er hier bijvoegen zou niet gaan)

 Twijfelgevallen in het Nederlands, ze zijn overal!

2 gedachtes over “Elkaar

  1. Volgens mij kan je bij ‘afspreken’ wel ‘elkaar’ gebruiken, maar niet als gewoon object. Je kan ook niet zeggen: ‘Hij sprak haar af’. Hoewel het wel leuk klinkt, natuurlijk. Afspreken moet met een voorzetsel:
    ‘Ze spraken af met elkaar’
    of zelfs met ‘bij’, hoewel dat ergens een beetje vreemd klinkt:
    ‘Hij sprak af bij haar (thuis)’.
    Daar is ‘Ze spraken af bij elkaar’ moeilijker. Dan lijkt het alsof dat mensen die al samenwonen in hun eigen huis afspreken. Tenzij ze beurtelings elkaar bezoeken.

    Maar twijfelgevallen blijven het!

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s