De of het (2)

Lidwoorden zijn gewoon niet duidelijk. Weg ermee! Ook taalkoebron Pietel.be heeft het er moeilijk mee:

Ik liep eergisteren om 20u ‘over het straat’ (taalkoei?) en het was nog licht.

En zo herinner ik me ook nog:

  • ’t school is uit – het school
  • [Limburg] ik ben gaan fietsen in de bos – de bos
  • [Antwerpen] ik goan noa ’t stad -het stad

Overigens vind ik het heel erg leuk dat enkele bloggers van tijd tot tijd “taalkoe(i)” achter een woordje of een constructie zetten. Hiermee tonen ze aan dat ze beseffen dat ze iets schrijven dat door taalpuristen waarschijnlijk als een kapitale fout wordt beschouwd, maar dat ze het toch mooi schrijven omdat ze zich zo het best kunnen uitdrukken.

De taal is gansch het volk – Prudens van Duyse.

5 gedachtes over “De of het (2)

  1. Misschien is dit regionaal. Omgeving Amsterdam hoor ik dit alleen van mesnen met Nederlands als tweede taal (en die kun je het niet kwalijk nemen, het ìs ook lasig)

  2. Wat mij onlangs opviel, is de kempische variant van het lidwoord “de” dat bij nogal wat mensen onnodig een eigennaam of zelfstandig naamwoord vooraf gaat (net zoals “een”, overigens). Of in het bijzonder: de dag van de week, waar ze het over hebben. “Wanneer vindt dat plaats? De/een vrijdag.” Dat lidwoord is in feite overbodig, maar een vriendin uit Mol vervangt het consequent door “te”. “Wanneer wordt het mooi weer? Te zondag.”
    Waar zou dat zijn oorsprong vinden?

    Hoe doet denken aan een fragment uit “Terug naar Oosterdonck”, uit de tijd dat we nog even formeel spraken als schreven en waar “te” als plaatsaanduiding fungeert:
    Meester: “En gij Jef, waar gaat gij wonen?”
    Jef: “Te Eeckeren, meester.”
    Meester: “En gij Brecht, waar gaat gij wonen?”
    Brecht: “Te Hoevenen, meester.”

    Te … een verbasterd lidwoord of een (oubollige) tijdsaanduiding? Wie zal het zeggen?

  3. Nog een: ‘de soort’ of ‘het soort’. Ook graag verwisseld en allebei gebruikt. Ik blijf dat toch gek vinden dat talen ooit verschillende soorten lidwoorden hebben uitgevonden. Eigenlijk slaat dat op niet veel. Mannelijk, vrouwelijk en onzijdig zijn soms wel relevant, maar meestal echt totaal niet. Gekke taal!

  4. Misschien moeten we maar doen zoals de Noren; In het Noors kan ieder vrouwelijk woord ook als mannelijk woord gebruikt worden. ‘Vrouw’ kan dus mannelijk zijn🙂 En er zijn maar een beperkt aantal onzijdige woorden. Mannelijke woorden kennen helaas geen vrouwelijke variant. Discriminatie🙂

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s