In de mailbox kreeg ik de volgende vraag van Vincent:
Ik zeg altijd: vaatwasmachine. Mijn vrouw zegt altijd: afwasmachine.
Ik vind dat een merkwaardig woord. Alsof je een droogkast eerder een afdroogmachine zou noemen, en een boormachine een gaatjesmaakmachine zou noemen.
Vincent vindt dus dat “afwasmachine” een beetje redundant is. Hij redeneert waarschijnlijk als volgt: het is een wasmachine en die wast de vaat, dus ‘vaatwasmachine’. Klinkt als een geldige redenering.
Maar wat zegt Mijnheer Van Dale: “vaatwasmachine: zie afwasmachine” en dan een nette uitleg bij afwasmachine. Ook op basis van de populariteit van afwasmachine over vaatwasmachine in Google zou ik zeggen dat je het beter over een afwasmachine hebt (want dan stoot je het minste aantal mensen tegen de schenen!).
Trouwens, als je de redenering van Vincent doorzet, zou het eigenlijk een ‘afwas-wasmachine’ moeten zijn. Een wasmachine die de afwas doet.
Of zeg je wel eens tegen je vrouw: “we moeten de vaatwas nog doen?”
Enfin, waar het hier om gaat is natuurlijk dat het onduidelijk geworden is waar de woordgrenzen liggen/lagen. af - wasmachine, afwas - machine, af - was - machine, vaat - was - machine, vaatwas - machine, vaat - wasmachine.
Mijn mening daarbij is dat het een machine is, die de afwas doet, dus afwasmachine. Ik kan de redenering “het is een machine die de vaat wast, dus vaatwasmachine” ook aanvaarden. En het blijkt dat er een minderheid van de mensen ook “vaatmachine” zegt.
Recente commentaren