Vaatafwasmachine

11 01 2008

In de mailbox kreeg ik de volgende vraag van Vincent:

Ik zeg altijd: vaatwasmachine. Mijn vrouw zegt altijd: afwasmachine.
Ik vind dat een merkwaardig woord. Alsof je een droogkast eerder een afdroogmachine zou noemen, en een boormachine een gaatjesmaakmachine zou noemen.

Vincent vindt dus dat “afwasmachine” een beetje redundant is. Hij redeneert waarschijnlijk als volgt: het is een wasmachine en die wast de vaat, dus ‘vaatwasmachine’. Klinkt als een geldige redenering.

Maar wat zegt Mijnheer Van Dale: “vaatwasmachine: zie afwasmachine” en dan een nette uitleg bij afwasmachine. Ook op basis van de populariteit van afwasmachine over vaatwasmachine in Google zou ik zeggen dat je het beter over een afwasmachine hebt (want dan stoot je het minste aantal mensen tegen de schenen!).

Trouwens, als je de redenering van Vincent doorzet, zou het eigenlijk een ‘afwas-wasmachine’ moeten zijn. Een wasmachine die de afwas doet.

Of zeg je wel eens tegen je vrouw: “we moeten de vaatwas nog doen?”

Enfin, waar het hier om gaat is natuurlijk dat het onduidelijk geworden is waar de woordgrenzen liggen/lagen. af – wasmachine, afwas – machine, af – was – machine, vaat – was – machine, vaatwas – machine, vaat – wasmachine.

Mijn mening daarbij is dat het een machine is, die de afwas doet, dus afwasmachine. Ik kan de redenering “het is een machine die de vaat wast, dus vaatwasmachine” ook aanvaarden. En het blijkt dat er een minderheid van de mensen ook “vaatmachine” zegt.





Politieke taalperikelen

9 01 2008

Veel politici lijken met hun taal te willen bevestigen dat ze eigenlijk weinig interessants te zeggen hebben door zoveel mogelijk nietszeggende uitdrukkingen en clichés op hun toehoorders af te vuren. De voorbije formatieperiode in België ging gebukt onder holle frasen, die politici zonder schroom van elkaar stalen om ze zelf in hun betoog te kunnen gebruiken, zodat dat zo vaag en onduidelijk mogelijk bleef. De media speelden daar lustig op in en de taalkoespotters keken met lede ogen toe. Een greep uit het aanbod:

  • ik stel vast dat…/ik moet vaststellen dat…
  • ze schuiven de zwartepiet door
  • we gaan zonder taboes naar de onderhandelingstafel
  • zullen we nog landen of wordt het een crash?

Een extra pluim voor de politici die blijkbaar al wisten dat het politieke gekrakeel rond de feestdagen afgerond zou zijn en zeer toepasselijk metaforen bleven oprakelen uit de semantische velden van “maaltijd” en “restaurant”

  • het formatiemenu
  • er staat vanalles op het menu, maar dat gaan we niet allemaal bestellen, laat staan opeten
  • wij eisen een dikke vis in de pan
  • we willen een communautaire vis op het menu
  • de Franstaligen krijgen een lepel suiker
  • wij zijn niet tevreden met wat borrelnootjes

Daarom ben ik toch wel benieuwd wat het op 23 maart zal geven, de dag waarop Verhofstadt de macht zou moeten overdragen aan Leterme en de interimregering overgaat in een nieuwe. Het kan geen toeval zijn dat uitgerekend op Pasen de christen-democraten aan de macht willen komen. Ik stel er mij alvast heel wat symbolische taferelen bij voor:

  • de zondag voor Pasen lijkt Leterme het allemaal mooi voor elkaar te hebben en wordt hij door zijn aanhangers enthousiast in Brussel ontvangen
  • helaas blijkt kartelpartner N-VA niet zo trouw en verraadt Bartje De Wever Leterme
  • Leterme moet zich verantwoorden voor volk en koning. Die laatste wast zijn handen in onschuld als de publieke opinie Leterme genadeloos neersabelt.
  • Ondertussen doet Jo Vandeurzen of zijn neus bloedt, ook nadat de Waalse haan drie keer heeft gekraaid.
  • Toch slaagt Leterme erin op 23 maart een onverwachte comeback te maken. Als een martelaar verrijst hij uit de doden.
  • Guy Verhofstadt kiest dan maar het hazenpad.
  • Toch zijn er nog altijd enkele ongelovige Thomassen die de terugkomst van Leterme niet kunnen vatten.
  • Was de interimregering dan uiteindelijk toch het (paas)ei van Columbus?
  • Zoals het helaas meestal met politieke leiders gaat, zal Leterme al in mei in hogere sferen zitten, terwijl het gewone volk zijn wetten mag uitdragen.
  • Conclusie: er is een regering, but you can’t make an omelet without breaking eggs…




Op/af/uit/in – rit

4 01 2008

Gelukkig nieuwjaar.

Als ik op een autosnelweg rijd, en ik bereik mijn bestemming, dan zeg ik “hier moet ik er af”. De andere taalkoespotter hier aanwezig zegt “hier moet ik er uit”.

Dat hangt samen met de volgende woordjes: voor mij is het een “afrit” voor haar een “uitrit”. Nochtans zijn we er allebei van overtuigd dat het tegenstelde een “oprit” is, en geen “inrit”. Paradigmatisch gezien heb ik dus deze keer gelijk (hoezee). Een “inrit” is immers iets dat voor je huis ligt.

Een “uitrit”, prfft…








Volg

Ontvang elk nieuw bericht direct in je inbox.