Terwijl de ene helft van het taalkoespottersduo zich te buiten gaat aan zon, blauwe lucht en zangprestaties, is de andere helft teruggekeerd naar het tranendal België. Mijn reis naar de Heimat werd begeleid door een kempisch accent dat vlak bij me zat op de TGV. Ik ga hier geen tirade beginnen over mijn gevoelens bij dat kempische accent en al zeker niet over hoe lelijk en dom ik het vind. Op taalkoeien hang ik immers de tolerante uit. Ik schrijf echter een taalkoe over een zinsconstructie die ook niet-kempenaars in de mond nemen:
“ik heb hem gestuurd maar hij heeft nog niet teruggestuurd” (kempisch: kèmemgestuuuuurtmoawaènognitruggestuuuuurt)
Het gaat over de zin met “sturen” die geen lijdend voorwerp bevat.
Recente commentaren